Een bandenmaat lees je van links naar rechts: buitendiameter, breedte en velgdiameter. Bij een imperiale code als 20x8.00-10 gaat het om een band van 20" hoog en 8,00" breed op een 10"-velg; metrisch heet datzelfde formaat ongeveer 200/60-10. Voor de binnenband hoef je zelden exact dezelfde maat te vinden: één band dekt een heel maatbereik, mits je het juiste ventieltype kiest. Hieronder lees je hoe je de codes ontcijfert, zelf opmeet en maten uit verschillende systemen vergelijkt.
De drie notatiesystemen die je tegenkomt
Kleine banden voor werktuigen, gazontractoren, aanhangers en ATV's staan vaak in een andere code dan grote tractorbanden. Er zijn grofweg drie systemen, en ze staan soms zelfs door elkaar op één band. Weet je welk getal wat betekent, dan koop je nooit meer een verkeerde maat.
Imperiaal: diameter x breedte - velg
Dit is de klassieke inch-notatie voor klein materieel. Neem 20x8.00-10: het eerste getal (20) is de buitendiameter in inch, het middelste getal (8.00) de sectiebreedte in inch, en het laatste getal (10) de velgdiameter in inch. De sectiebreedte is de breedte van zijwand tot zijwand op het breedste punt, opgepompt op de juiste velg. Dat is dus niet de smallere loopvlak- of treadbreedte.
Metrisch: breedte/hoogte - velg
De metrische notatie mengt millimeters en inch. Bij 250/50-10 is 250 de sectiebreedte in millimeter, 50 de aspect-ratio (de zijwandhoogte als percentage van de breedte) en 10 de velgdiameter in inch. Een aspect van 50% betekent hier een zijwandhoogte van 50% × 250 mm = 125 mm, dat percentage reken je dus over de breedte in mm, niet over een imperiale maat.
Agrarische notatie: bias of radiaal
Grotere tractorbanden gebruiken een eigen schrijfwijze waarin zowel breedte als velg in inch staan. Bij 11.2-24 is de band 11,2" breed (284,5 mm) op een 24"-velg; het streepje betekent diagonale (bias/kruislaags) constructie. Bij 12.4R32 is de band 12,4" breed (315 mm) op een 32"-velg, en de R staat voor radiaal. De constructieletter maakt het verschil: - of x is diagonaal, R is radiaal. Wil je de diepte in over constructie en toepassing, lees dan hoe je tractorbanden kiest.
| Notatie | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| Imperiaal (klein/implement/gazon/ATV) | 20x8.00-10 | Buitendiameter 20" x sectiebreedte 8,00" (203 mm) − velg 10". Alles in inch; diameter x breedte − velg. |
| Metrisch | 250/50-10 | Sectiebreedte 250 mm / aspect 50% (zijwand = 50% van 250 mm = 125 mm) − velg 10". Breedte in mm / aspect % − velg in inch. |
| Agrarisch diagonaal (bias) | 11.2-24 | 11,2" breed (285 mm) op 24"-velg; streepje = diagonale (bias) constructie. Breedte − velg, in inch. |
| Agrarisch radiaal | 12.4R32 | 12,4" breed (315 mm), R = radiaal, op 32"-velg. Breedte R velg, in inch. |
Codes uit verschillende systemen omrekenen
Omdat dezelfde band soms imperiaal en soms metrisch is opgeschreven, moet je kunnen omrekenen. Alles begint bij één vaste verhouding: 1 inch = 25,4 mm. De flankhoogte bereken je met (buitendiameter − velgdiameter) / 2, en de aspect-ratio is die flankhoogte gedeeld door de breedte.
Rekenvoorbeeld: 20x10.00-10 = 250/50-10
- Sectiebreedte 10" = 254 mm
- Buitendiameter 20" = 508 mm; velgdiameter 10" = 254 mm
- Flankhoogte = (508 − 254) / 2 = 127 mm
- Aspect-ratio = 127 / 254 = 50%
Resultaat: breedte ≈ 250 mm en aspect 50%, dus 20x10.00-10 komt overeen met 250/50-10. Die twee worden in de praktijk als gelijkwaardig verkocht.
Rekenvoorbeeld: 20x8.00-10 ≈ 200/60-10
Nu de smallere band: sectiebreedte 8" = 203,2 mm, dezelfde flankhoogte van 127 mm, en aspect = 127 / 203,2 ≈ 62,5%. Dat rondt af naar ongeveer 200/60-10 (breedte ≈ 200 mm, aspect 60% ≈ 62,5%). Let op het woordje "ongeveer": de metrische maat rondt breedte en aspect af, dus dit is een benadering, geen exact identieke geometrie.
Praktische tip: reken zelf de buitendiameter uit voordat je bestelt. Twee banden met dezelfde velg maar een ander aspect kunnen tientallen millimeters in totale hoogte schelen, genoeg om je zitmaaier of aanhanger scheef te zetten. Zolang buitendiameter, breedte en velg kloppen, past de band.
| Imperiaal | Metrisch | Relatie | Onderbouwing |
|---|---|---|---|
| 20x10.00-10 | 250/50-10 | = (gelijkwaardig) | breedte 10" = 254 mm; buiten-Ø 20" = 508 mm; velg 10" = 254 mm; flank = (508 − 254)/2 = 127 mm; aspect = 127/254 = 50% |
| 20x8.00-10 | 200/60-10 | ~ (ongeveer) | breedte 8" = 203 mm; flank 127 mm; aspect = 127/203 ≈ 62,5% → ~200/60-10 |
Veelvoorkomende agrarische maten: imperiaal en metrisch
Grote tractorbanden staan vaak in de oude imperiale reeks, terwijl de vervanger een metrische maat draagt. De onderstaande tabel zet de gangbare equivalenten naast elkaar. Het gaat om benaderingen op basis van 1 inch = 25,4 mm en de standaard 85%-reeks; controleer bij twijfel altijd de exacte maat op de zijwand.
| Imperiaal | Metrisch (≈) | Velg |
|---|---|---|
| 11.2-24 | 280/85 R24 | 24" |
| 11.2-28 | 280/85 R28 | 28" |
| 12.4-28 | 320/85 R28 | 28" |
| 12.4-36 | 320/85 R36 | 36" |
| 13.6-38 | 340/85 R38 | 38" |
| 14.9-24 | 380/85 R24 | 24" |
| 14.9-28 | 380/85 R28 | 28" |
| 16.9-30 | 420/85 R30 | 30" |
| 16.9-34 | 420/85 R34 | 34" |
| 18.4-38 | 460/85 R38 | 38" |
| 20.8-38 | 520/85 R38 | 38" |
Een band zelf opmeten in drie stappen
Staat er geen leesbare code meer op de zijwand? Dan meet je zelf op. Doe dit bij een opgepompte band zonder belasting, zodat de vorm klopt.
- Buitendiameter: meet de totale hoogte recht door het midden, van buitenkant loopvlak tot buitenkant loopvlak. Dit is het eerste getal in de imperiale code.
- Sectiebreedte: meet op het breedste punt van zijwand tot zijwand, zonder letters of ribben. Dit is niet de smallere loopvlakbreedte.
- Velgdiameter: meet de velg zelf, niet de band. Dit is het laatste getal en bepaalt of de band überhaupt past.
Met deze drie maten reconstrueer je elke code en vertaal je hem direct naar het juiste systeem. Twijfel je over de spanning waarbij je meet, kijk dan naar het verband tussen bandenspanning en bodemverdichting, want de juiste druk telt niet alleen voor het meten, maar ook voor je bodem.
De juiste binnenband kiezen
Goed nieuws: voor de binnenband hoef je zelden een exacte maat te vinden. Rubber rekt, dus één binnenband dekt een heel maatbereik. Eén enkele band past bijvoorbeeld op 20x8.00-10, 20x10.00-10 én 20.5x8.0-10 tegelijk. Kies dus een band waarvan het opgegeven bereik jouw maat omvat.
Wat wél nauw luistert, is het ventieltype: het moet passen bij het gat in je velg en bij de plek waar je erbij moet kunnen. De drie meest voorkomende typen voor klein materieel:
- TR13: recht rubberventiel, het meest gebruikte type voor gazon, ATV en aanhanger. Stift van ongeveer 35 mm, tot circa 60 psi.
- TR15: ook recht rubber, maar met een grotere stiftdiameter; voor zwaardere front-farm-, personenwagen- en industriële toepassingen.
- TR87: 90° gebogen metalen ventiel. Ideaal als een recht ventiel niet bereikbaar is, bijvoorbeeld bij dubbele wielen of dicht op de rem; tot circa 45 psi.
Weet je het ventieltype van je oude band nog, kies dan hetzelfde. Twijfel je tussen recht en gebogen, kijk dan of je met een recht ventiel bij het gat kunt zonder het wiel te demonteren. Kan dat niet, dan is TR87 de veilige keuze. De exacte stiftlengte en maximale druk staan op het specificatieblad van de band en verschillen licht per fabrikant.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen sectiebreedte en loopvlakbreedte?
De sectiebreedte is de breedte op het breedste punt van de zijwand, van zijkant tot zijkant. De loopvlak- of treadbreedte is alleen het deel dat de grond raakt en is smaller. In de bandcode staat altijd de sectiebreedte.
Kan één binnenband op meerdere bandenmaten passen?
Ja. Rubber rekt, dus één binnenband dekt een maatbereik en past op meerdere buitenbanden, bijvoorbeeld tegelijk 20x8.00-10, 20x10.00-10 en 20.5x8.0-10. Controleer wel altijd of jouw maat binnen het opgegeven bereik valt en of het ventieltype klopt.
Wat betekent de R of het streepje in een tractorbandcode?
Het streepje (bijvoorbeeld 11.2-24) staat voor een diagonale, kruislaagse (bias) constructie. De letter R (bijvoorbeeld 12.4R32) staat voor een radiaalband. Beide getallen, breedte en velgdiameter, staan bij deze notatie in inch.
Hoe reken ik een imperiale maat om naar een metrische?
Reken elk getal om met 1 inch = 25,4 mm en bereken de flankhoogte met (buitendiameter − velgdiameter) / 2. Deel die hoogte door de breedte voor de aspect-ratio. Zo blijkt dat 20x10.00-10 overeenkomt met 250/50-10.
Zelf aan de slag of even sparren?
Weet je je maat en ventieltype, dan vind je de juiste band snel in ons assortiment binnenbanden. Voor gazon- en parkmachines kijk je bij de binnenbanden voor tuin & park, en het passende ventiel bestel je bij de bandenventielen. Kom je er niet uit met de code op je zijwand? Geef ons de drie maten (buitendiameter, breedte en velg) door en we denken met je mee.




