Een bout of moer meten begint met twee vragen: is de draad metrisch of inch, en is hij grof of fijn? Metrisch schroefdraad geef je aan met de M-maat en de spoed in millimeters (M12×1.75 grof of M12×1.25 fijn); inch-draad reken je in draden per inch (TPI), zoals 1/2"-13 UNC of 1/2"-20 UNF. Met een draadkam, een schuifmaat en een sleutelmaat bepaal je in een paar minuten welke maat je in handen hebt.
Metrisch schroefdraad (ISO): M-maat en spoed
Metrisch draad noteer je als een M gevolgd door de nominale buitendiameter in millimeters, eventueel met de spoed erachter: M12 (grof) of M12×1.25 (fijn). De spoed is de afstand tussen twee draadtoppen in millimeters; de draadflankhoek is altijd 60° volgens het ISO-profiel.
Bij grof draad laat je de spoed conventioneel weg: M12 betekent automatisch M12×1.75. Bij fijn draad moet de spoed er altijd bij staan. Fijn draad houdt beter stand tegen trillingen en laat je fijner afstellen; grof draad monteer je sneller en is robuuster tegen vuil en lichte beschadiging, precies wat je op landbouwmachines in het veld wilt.
Grove spoeden die je het vaakst tegenkomt
De grove spoeden liggen vast in ISO 261/724:
- M6 = 1.0 mm
- M8 = 1.25 mm
- M10 = 1.5 mm
- M12 = 1.75 mm
- M14 = 2.0 mm
- M16 = 2.0 mm
Daarnaast bestaan er fijne varianten, zoals M10×1.25, M12×1.5 / 1.25 / 1.0 en M16×1.5. Een M12-bout kan dus vier verschillende draden hebben, verwissel ze niet, want fijn draad grijpt niet in een grove moer.
| Maat | Spoed grof (mm) | Sleutelmaat SW (mm) |
|---|---|---|
| M6 | 1.0 | 10 |
| M8 | 1.25 | 13 |
| M10 | 1.5 | 17* |
| M12 | 1.75 | 19* |
| M14 | 2.0 | 22* |
| M16 | 2.0 | 24 |
* De sleutelmaten voor M10, M12 en M14 volgen hier de traditionele DIN 931/933-waarden (17/19/22 mm), die je het meest tegenkomt. In de geharmoniseerde ISO 4014/4017-reeks zijn ze iets kleiner (16/18/21 mm); M6, M8 en M16 zijn in beide normen identiek.
Inch schroefdraad: UNC en UNF met TPI
In het inch-systeem draait alles om draden per inch (TPI) in plaats van spoed in millimeters: hoe hoger het TPI-getal, hoe fijner de draad. De twee hoofdreeksen zijn:
- UNC: Unified National Coarse, grof inch-draad.
- UNF: Unified National Fine, fijn inch-draad.
Beide vallen onder ASME B1.1 en hebben net als metrisch een draadflankhoek van 60°. De hoek onderscheidt inch-draad dus niet van metrisch, het verschil zit in de meeteenheid. Een maat noteer je als diameter (breuk of nummer) + TPI + reeks: 1/2"-13 UNC tegenover 1/2"-20 UNF, dezelfde buitendiameter maar de UNF telt meer, fijnere draden.
Kleine maten krijgen een nummeraanduiding, zoals #10-24 UNC en #10-32 UNF. Wil je de spoed toch in mm weten? Reken om met spoed = 25.4 / TPI: 1/2"-13 komt uit op ongeveer 1.95 mm, 1/2"-20 op precies 1.27 mm. Zulke "rare" mm-waarden verraden inch-draad.
Whitworth / BSW: het oude Britse draad
Op oudere Britse machines kom je nog BSW tegen (British Standard Whitworth). Ook Whitworth meet in TPI, maar het onderscheidt zich met een draadflankhoek van 55° en afgeronde toppen en dalen. Die combinatie is hét herkenningspunt: UN en metrisch hebben 60° met scherpe toppen. De fijnere variant BSF gebruikt hetzelfde 55°-profiel met een kleinere steek. Whitworth is grotendeels verouderd, maar handig te herkennen als een moderne bout er "net niet" in past.
| Systeem | Draadhoek | Meeteenheid spoed | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| Metrisch (ISO) | 60° | spoed in mm | M12×1.75 (grof) / M12×1.25 (fijn) |
| Inch UNC (grof) | 60° | draden per inch (TPI) | 1/2"-13 UNC |
| Inch UNF (fijn) | 60° | draden per inch (TPI) | 1/2"-20 UNF |
| Whitworth / BSW | 55° | draden per inch (TPI) | 1/2" BSW (12 TPI), afgeronde toppen |
Hoe meet je een bout of moer?
Met drie gereedschappen kom je er altijd uit, in deze volgorde:
- Schuifmaat: meet de buitendiameter (major diameter). Zo bepaal je de nominale maat. Let op: de gemeten waarde ligt iets onder nominaal, een M12 meet bijvoorbeeld ongeveer 11.8 mm.
- Draadkam (schroefdraadmal): leg de bladen op de draad tot er één perfect vlak op valt zonder speling. Een mm-blad dat past betekent metrisch en geeft de spoed; een TPI-blad dat past betekent inch. Metrische en inch-kammen zijn aparte sets.
- Sleutelmaat (SW): de afstand tussen twee tegenoverliggende platte kanten van de kop. Dit geeft een indicatie, maar géén sluitend bewijs, want kop- en draadmaat kunnen per norm verschillen.
Metrisch of inch zonder mal onderscheiden
Geen draadkam bij de hand? Kijk hoe de spoed uitvalt. Valt hij op een hele of halve millimeter (1.0, 1.25, 1.5, 1.75, 2.0), dan is het metrisch. Valt de spoed in mm juist "raar" uit maar rond in TPI (13 of 20 draden per inch), dan is het inch. En zie je 55° met afgeronde draadtoppen? Dan heb je Whitworth te pakken.
Praktijktip: houd naast je metrische draadkam altijd een inch-set in de gereedschapskist. Op machines van Amerikaanse of oudere Britse makelij zit standaard inch-draad, en een M-bout die "bijna" in een UNC-gat past sloopt de draad zodra je hem forceert. Meet eerst, draai daarna.
Sterkteklassen herkennen op de kop
De cijfers of streepjes op de boutkop vertellen hoe sterk de bout is; het systeem verschilt tussen metrisch en inch.
Metrisch (ISO 898-1) stempelt een klasse X.Y op de kop. Het eerste getal × 100 is de nominale treksterkte in MPa; het product van beide getallen × 10 is bij benadering de rekgrens. Een 8.8 haalt dus ongeveer 800 MPa, een 10.9 rond 1040 MPa en een 12.9 rond 1220 MPa.
Inch (SAE J429) gebruikt geen cijfers maar radiale streepjes: Grade 2 heeft geen streepjes, Grade 5 heeft er drie (vergelijkbaar met metrisch 8.8) en Grade 8 heeft er zes (vergelijkbaar met metrisch 10.9).
| Systeem | Aanduiding | Kopmarkering | Treksterkte (ca.) |
|---|---|---|---|
| Metrisch | 8.8 | cijfers "8.8" | 800 MPa |
| Metrisch | 10.9 | cijfers "10.9" | 1040 MPa |
| Metrisch | 12.9 | cijfers "12.9" | 1220 MPa |
| SAE inch | Grade 5 | 3 radiale streepjes | ~830 MPa |
| SAE inch | Grade 8 | 6 radiale streepjes | ~1035 MPa |
Vervang een bout altijd door minstens dezelfde klasse. Een lichtere bout op een zwaar belast punt, zoals een dissel, ophanging of maaibalk, is vragen om breuk. Controleer voor het juiste bevestigingsmateriaal dus wat er origineel in zat.
Inch en metrisch omrekenen
Werk je aan een machine van Amerikaanse of oudere Britse makelij, dan loop je tegen inch-maten aan waar je metrische gereedschap net niet op past. De volgende twee tabellen laten je snel schakelen: welk inch-draad ligt het dichtst bij welke metrische maat, en welke sleutelmaat in millimeters hoort bij een inch-sleutel.
Inch-draad naast de dichtstbijzijnde metrische maat
| Inch-maat | TPI (UNC) | TPI (UNF) | Dichtstbijzijnde metrisch |
|---|---|---|---|
| 1/4" | 20 | 28 | M6 |
| 5/16" | 18 | 24 | M8 |
| 3/8" | 16 | 24 | M10 |
| 1/2" | 13 | 20 | M12 |
| 5/8" | 11 | 18 | M16 |
| 3/4" | 10 | 16 | M20 |
Sleutelmaten: breukmaat inch naar millimeter
| Inch (breuk) | Millimeter |
|---|---|
| 1/8" | 3,18 mm |
| 3/16" | 4,76 mm |
| 1/4" | 6,35 mm |
| 5/16" | 7,94 mm |
| 3/8" | 9,53 mm |
| 7/16" | 11,11 mm |
| 1/2" | 12,70 mm |
| 9/16" | 14,29 mm |
| 5/8" | 15,88 mm |
| 3/4" | 19,05 mm |
| 7/8" | 22,23 mm |
| 1" | 25,40 mm |
Veelgestelde vragen
Hoe zie ik het verschil tussen metrisch en inch draad?
Meet de spoed met een draadkam. Past een millimeter-blad exact, dan is het metrisch. Past een TPI-blad, dan is het inch. Zonder mal: hele of halve millimeters (1.0, 1.25, 1.5, 1.75) wijzen op metrisch, "rare" mm-waarden die rond uitvallen in TPI (13, 20) op inch.
Wat is het verschil tussen UNC en UNF?
UNC is het grove inch-draad met minder draden per inch, UNF het fijne met meer. Bij dezelfde diameter is UNF fijner: 1/2"-13 UNC tegenover 1/2"-20 UNF. Fijn draad houdt beter stand tegen trillingen, grof draad monteert sneller.
Kan ik een metrische bout in een inch-moer draaien?
Nee. Ook al lijken de diameters op elkaar, de spoed en soms de draadhoek verschillen, waardoor de draad niet correct grijpt. Forceren beschadigt zowel bout als moer. Meet altijd eerst welk systeem je hebt.
Waar herken ik Whitworth-draad aan?
Aan de draadflankhoek van 55° en de afgeronde toppen en dalen; UN en metrisch hebben 60° met scherpe toppen. Whitworth wordt in TPI gemeten en kom je vooral tegen op oude Britse machines.
De juiste bout of moer bestellen
Weet je eenmaal welk systeem, welke maat en welke sterkteklasse je nodig hebt, dan is bestellen zo gebeurd. Bekijk het assortiment zeskantbouten en bijbehorende zeskantmoeren, of pak alle overige bevestigingsmateriaal in één keer mee. Is een draad beschadigd, kijk dan bij schroefdraad reparatie voor tap-, snij- en Recoil-oplossingen.
Zit je met een ander koppelvraagstuk? Lees ook hoe je hydraulische aansluitingen zoals BSP en JIC herkent, of hoe je de juiste V-snaar kiest. De specialisten van Mister Agri denken graag met je mee.





